Lokaal Nieuws

Gepubliceerd op: donderdag 21 juni 2018

Hondenoverlast? Los het samen op!


Inwoners van onze gemeente hebben regelmatig een probleem rond het huisdier van een buurtgenoot.

Meestal gaat het over katten, honden en kippen. Maar in het algemeen zijn honden de grootste ‘boosdoeners’. Hoe u dit kunt oplossen vertellen bemiddelaar Piet Drost en coördinator Gertjan Krediet van Buurtbemiddeling Lochem.

Heeft Buurtbemiddeling Lochem op jaarbasis vaak met hondenoverlast te maken? 
“Dat komt regelmatig voor,” legt Gertjan Krediet uit, “maar mensen met klachten maken er niet altijd werk van. Soms blijft het bij mopperen. Wie er wel werk van maakt, zoekt vaak eerst contact met de politie of de gemeente. Die kunnen de problemen niet altijd aanpakken. Want het staat iedereen vrij om huisdieren te houden. Instanties kunnen alleen optreden als er regels worden overtreden. Ze verwijzen daarom door naar Buurtbemiddeling. En dat is uiteindelijk ook de beste manier om hondenoverlast aan te pakken.”

Hoe vaak komt hondenoverlast bij Buurtbemiddeling terecht?
Gertjan Krediet: “In onze gemeente gaat het gemiddeld om 4 zaken per jaar. Dat is ongeveer 10% van het totale aantal zaken dat Buurtbemiddeling behandelt.”

Welke rol speelt Buurtbemiddeling?
“Als mensen ons opzoeken, willen ze er graag op een goede manier uitkomen met degene die de overlast veroorzaakt. We helpen de partijen om het samen op te lossen. Dat is beter voor de relatie en de sfeer in de buurt dan een maatregel die van hogerhand wordt opgelegd.”

Welke vragen over hondenoverlast krijgen jullie?
“Meestal gaat het om geluidsoverlast door blaffende honden die bijvoorbeeld overdag alleen thuis zijn,” vertelt Gertjan Krediet. “En soms gaat het om stankoverlast, omdat buurtgenoten hun hond in de achtertuin of gemeenschappelijke ruimten laten poepen en de poep niet opruimen. Ook komt het voor dat mensen zich zorgen maken over het welzijn, de opvoeding of intimiderend gedrag van de hond.”

Wat doen jullie dan?
Piet Drost legt uit dat Buurtbemiddeling altijd begint met een gesprek met de melder. “We luisteren naar de klacht en overleggen met de melder hoe we die kunnen bespreken. Daarna gaan we met de hondeneigenaar praten. Als laatste vragen we de melder en de hondeneigenaar om samen met ons aan tafel te komen. Wij laten de mensen dan zelf nadenken over een oplossing waar iedereen mee uit de voeten kan. Dat is onze kracht.”

Hoe kunnen mensen een hondeneigenaar aanspreken die bijvoorbeeld poep laat liggen?
“Mensen wachten vaak te lang om het baasje aan te spreken,” merkt Piet Drost op. “En als de overlast vaker voorkomt, kan het je ook te veel worden en dan word je boos. Begrijpelijk, maar respect is heel belangrijk als je elkaar spreekt. Dat vergeten mensen wel eens. Het belangrijkst is om niet te lang te wachten. Hoe je het zegt, is net zo belangrijk als wat je te zeggen hebt. Als je iemand op hoge poten en met stemverheffing aanspreekt, weet je bijna zeker dat de ander ook boos wordt. Dus kies een goed moment en zorg dat de grootste boosheid verdwenen is. Leg zo rustig mogelijk uit wat je dwarszit. Probeer ook echt te luisteren naar wat de ander zegt en denk mee over mogelijke oplossingen. Dan is de kans het grootst dat de boodschap overkomt en dan houd je de relatie ook goed. Ik zeg altijd: beter een goede buur dan een vieze schoen!”